2. Gaven – de weg van de liefde | 1 Korintiërs 13:8-10

Liturgie

  1. Votum en zegen
  2. Zingen psalm 104:6.7.8 (NB).   
  3. Gebed 
  4. Lezen 1 Korintiërs 13 (BGT) 
  5. Tekst 1 Korintiërs 13:8-10 (NBV) 
  6. Preek 
  7. Zingen Weerklank 66:5.6.7. (melodie GK 119) 
  8. Gelegenheid voor vragen 
  9. Geloofsbelijdenis HC 21 vr/antw.54-55
  10. Zingen psalm 16:1
  11. Gebed
  12. Collecte 
  13. Zingen Opwekking 705 toon mijn liefde 
  14. Zegen

Preek

Geliefde gemeente,

Voor het gesprek in de wijken heb ik een stelling geformuleerd. En die stelling gebruik ik nu allereerst hier als start voor de preek.

Dia 1

De ‘lijsten’ van gaven in het Nieuwe Testament zijn voorbeelden: iedere gemeente krijgt wat ze in haar situatie nodig heeft. In Rome gaf de Geest andere gaven dan in Korinte. In Zwijndrecht wil de Geest ons toerusten met gaven om in onze tijd en cultuur open kerk te zijn.

Bent u het ermee eens?
En welke gaven zouden wij in onze tijd nodig hebben? Wat speelt in onze cultuur?

Ik noem een voorbeeld. Het geloof verdwijnt. Er ontstaat zo een gat dat de duivel op gaat vullen. Steeds meer jongens en meisjes raken via televisie en computer-programma’s vertrouwd met occulte zaken. Ze vergapen zich aan programma’s waarin het gaat over mantra’s, occulte zaken en Siva, de hindoegod.[1] Checkt u de boeken die uw kinderen lezen, wel eens op zwarte magie?

In zo’n tijd kun je mensen tegenkomen die gebonden zijn door kwade machten, die vastzitten in de greep van demonen. En wat doen we als kerk dan? Zei Christus ons niet mensen te bevrijden?

Luther zag duiveluitdrijving als een belangrijke taak van de kerk. Hij kreeg eens een brief van een dominee, die vroeg wat hij moest doen met een man die zo zwaarmoedig – wij zouden zeggen depressief – was dat er geen land mee te bezeilen was. Luthers reactie was: ‘… waar artsen geen hulp meer kunnen geven is het bepaald geen gewone zwaarmoedigheid, maar eerder één die door de duivel bewerkt wordt, die moet worden weerstaan door het gebed van het geloof in de kracht van Jezus Christus.’ Hij schrijft vervolgens aan die dominee wat hij moet doen: ‘Ga met de koster(!!) en twee of drie goede mannen naar hem toe en leg hem de handen op in het vaste vertrouwen dat u in het openbare ambt staat en in deze plaats de predikant bent.’[2]

Luther zegt dus dat die bijzondere gave van uitdrijving van demonen niet alleen in de begintijd van de kerk voorkwam. Dat punt speelt een rol in de discussie over de zogenaamd bijzondere gaven, weet u nog?

Dia 2


[1] Dr. Jan Hoek, De Geest, het kruis en de gaven, p. 39-40, 72-73.

[2] Marcus 16 vers 17.

Zogenaamd gewone gaven


woord van wijsheid

leiding geven

helpen

overdragen kennis

Zogenaamd bijzondere gaven


profetie

tongentaal

genezing

bevrijding

Vaak is door gereformeerden gezegd dat die bijzondere gaven alleen in de begintijd van de kerk voorkwamen. In wat ik over Luther vertelde zie je wel dat hij er – net als Calvijn trouwens – oog voor had dat bepaalde gaven in bepaalde omstandigheden nodig blijven.

Dia 3

Die openheid verdween later toen men kwam met de streep-gedachte Die gedachte houdt in dat toen de Bijbel er nog niet was, bijzondere gaven als profetie nodig waren, maar nu de Bijbel af is, is dat niet meer nodig. Streep.

Dat was ook het standpunt van een van de beroemdste gereformeerde theologen uit Amerika, Jonathan Edwards, die in onze tijd nog invloed heeft op mannen als John Piper en Tim Keller. Edwards trok ook die streep, maar nu is het interessante dat hij geen theoloog was die vanuit zijn studeerkamer bijzondere wonderen en tekenen zat af te kraken. Nee, hij had zelf geweldige krachten van de Heilige Geest meegemaakt en gezien. In zijn gemeente kwam een soort herhaling van Pinksteren. De Geest kwam met kracht op mensen, zodat ze ondersteboven gingen. Dat noemt men opwekking of revival.

Dia 4

Het gaat om een intensief en krachtig werken van de Geest die een duffe kerk wakker schudt. Dominee Edwards vertelt in een preek wat er gebeurde:

De Geest van God is hier, te dezer plaatse, wonderlijk uitgestort. Velen zijn bekeerd. Er is bijna geen gezin of familie, waaraan God voorbijgegaan is.[1]

Velen werden veranderd door de macht van Gods Geest. Er was een opwekking onder arbeiders die op een scheepswerf werkten. Velen werden bekeerd. En opeens lag de werkplaats weer vol met allerlei gereedschappen die eerder achterovergedrukt waren. In de kroegen spraken ze over Jezus. Het was de tijd van de krachtige werking van Gods Geest.

En de bijzondere gaven?

Die zijn van de begintijd van de kerk – was de visie van Jonathan Edwards. Hij was daar strakker in dan de reformatoren. Er zitten wel leerzame punten in zijn visie.

Hij zegt dat die wondergaven als profetie en tongentaal lang niet zo belangrijk zijn als de vernieuwing van je hart. Hij noemt het in een preek ‘mooie kleren die je hart niet veranderen’. Bileam was een profeet die onder Gods overmacht sprak, maar hij was en bleef een heiden. Ook Saul profeteerde zonder veranderd te zijn. Judas heeft demonen uitgedreven. Kortom: de vruchten van de Geest waaruit blijkt dat je hart nieuw is geworden, zijn belangrijker dan de gaven van de Geest.

En hij zegt dan ook dat die wondergaven alleen in de begintijd van de kerk voorkwamen.

Ik noem nog een keer het bezwaar dat ik vorige week ook tegen de strak-gereformeerde visie had. Dat bezwaar is dat wij gaan bepalen welke gaven de Geest geeft. De Bijbel leert ons anders. Paulus schrijft:

Dia 5

Al deze gaven worden geschonken door één en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil.

1 Korintiërs 12 vers 11

God bepaalt het. Wij moeten geen streep trekken. De Geest geeft gaven waar en wanneer Hij dat wil en welke Hij nodig vindt voor een gemeente.

Nu speelt dit gesprek over de gewone en bijzondere gaven ook een grote rol in 1 Korintiërs 13.
Dat merk je bij de uitleg van vers 8-10.

Dia 6

De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen.

1 Korintiërs 13 vers 8-10

Je hebt het onvolmaakte. Dat gaat ten eerste over profetieën.

Ik herhaal kort wat ik vanmorgen zei over profetie. Bij profetie kun je in de eerste plaats denken aan de officiële profeten die een positie in de kerk innamen naast de apostelen. Maar naast deze ambtsdragers had je ook gemeenteleden die de gave van de profetie hadden en opbouwend, troostend en bemoedigend spraken in de gemeente.[2]

Die gaven zullen verdwijnen. Het is beperkt, zegt de tekst, net als de kennis. En dan – dat zullen ze in Korinte niet erg gewaardeerd hebben – noemt Paulus in dat rijtje ook de klanktaal, die ze zo hoog hadden.

Dia 7

Klanktaal was een taal die niet te verstaan was. Thuis kregen sommigen die gave als ze in aanbidding waren. Anderen spraken ook in de samenkomst in een andere taal.

Dat houdt gewoon op – uit zichzelf, staat er letterlijk. Dat zien we als we de tekst in de Herziene Statenvertaling lezen:

Dia 8

De liefde vergaat nooit.
Wat dan profetieën betreft,            zij zullen tenietgedaan worden,
wat talen betreft,                              zij zullen ophouden,
wat kennis betreft,                           zij zal tenietgedaan worden.
Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele, maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, zal wat ten dele is, tenietgedaan worden.

1 Korintiërs 13 vers 8-10

Dat bijzondere stopt gewoon een keer, schrijft Paulus.
Wanneer dan?
Wanneer het volmaakte komt.

En wanneer komt dat?

Ja, dan barst de discussie over de zogenaamd bijzondere gaven weer los. Hier zie je hoe je de Bijbel gauw kunt gaan uitleggen vanuit een mening die je al hebt.

Dia 9

  1. Zij die zeggen dat de bijzondere gaven niet meer voorkomen – de mensen van de streep, zeg maar – vinden dat ‘het volmaakte’ de Bijbel is. Toen de Bijbel eenmaal klaar was, had je geen profetie meer nodig. Ook tongentaal werd overbodig.
  2. Maar zij die zeggen dat de bijzondere gaven best nog kunnen voorkomen – de Geest bepaalt wat Hij wil – denken dat met ‘het volmaakte’ de hemel bedoeld wordt.

Welke mening lijkt u de beste?

Als ik naar de Bijbel kijk – en dus niet vanuit mijn mening over de gaven – geloof ik dat Paulus hier met het volmaakte de hemel bedoelt.

Het volmaakte is de liefde.
Blijvend is die liefde.
De hemel is de liefde.
Onze toekomst is de liefde.

Kijkt u uit naar de hemel?
Verlangt u al naar de volmaakte liefde?
Laat je je ook door de Bijbel lokken naar die toekomst?

Ben jij al op reis?

De hemel is het volmaakte. Het is louter liefde.
Weet je niet meer, hoe de liefde in je leven kwam? Weet je nog hoe je ging gloeien?
Daar werd je warm van. Dat gevoel zou je altijd wel vast willen houden.

Nu, zie dat als een druppeltje goedheid van God dat je hebt gevoeld.
En stel je dan voor dat je in de hemel komt. Daar kom je onder de douche: liefde zal stromen. Het worden rivieren, het is een oceaan. Je zult aan alle kanten met liefde overspoeld worden.

Er gaat van God liefde uit – van de Vader, de Zoon en de Geest.
Er komt van de kant van je broers en zussen daar alleen maar liefde.
De engelen overstelpen je ermee.

De hemel is de liefde.

Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel,
maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben.
En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie,
maar de meeste van deze is de liefde.

1 Korintiërs 13 vers 12-13

AMEN.


[1] Preek over 1 Korintiërs 13 vers 1-2.

[2] Vers 3.

Reacties zijn gesloten.