3. Gaven – het feest van de Geest | Verwerkingsvragen

1 Koritiërs 12

Gaven – het feest van de Geest

1 Korintiërs 12


Hebben we allemaal hetzelfde gehoord in de preek?

1. Wat is de functie van de Vader, de Zoon en de Geest inzake je gave(n)

2. Welke gaven zijn nodig voor:

  • genade                     :        goede erediensten
  • gemeenschap          :        warme liefde
  • getuigen                   :        missionair spreken

 


3. Bespreek 1 Korintiërs 1 vers 4-7:

Ik dank mijn God altijd voor u, omdat hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. Door hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest.

Is onze gemeente rijk aan gaven? Wat zie je als overeenkomst en verschil met de kerk te Korinte?

4.1 Er zijn denk- en doe-gaven. Hoe zie je dat onderscheid terug in 1 Petrus 4:10-11:

Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.

4.2. Doe- en denk-gaven zijn even belangrijk. Probeer dat eens concreet te maken: heb ik meer denk- of meer doe-gaven?

5. Hoe ontdek je nu concreet je gaven? Bespreek het volgende citaat van M. te Velde waarin hij ook een denk-gave en een doe-gave behandelt. [1]

‘Hoe ontdek je nu concreet je gaven? Dat verloopt meestal heel natuurlijk.

Als een jonge knul op een bijbelstudieclub op veel vragen een goed antwoord weet en daarmee een goede bijdrage geeft aan het verhelderen van inzicht, merkt hij daardoor, dat hij de gave van kennis en misschien ook wel van onderwijzen heeft. En anderen merken dat ook.

Als een zuster in de gemeente gastvrij of behulpzaam is, dan merkt ze dat aan haar neiging en bereidheid om mensen hartelijk te ontvangen en spontaan hulp te bieden. Wanneer anderen dat ook opmerken, wordt zo’n zuster ook al gauw eens gevraagd om in een zusterhulpgroep of in een welkomstcommissie mee te doen. Zo ontdek je je gaven.’

6. Als iedereen mee wil doen, kun je testen welke gaven er in je wijk zijn. Je gebruikt daarvoor het voorbeeld van de belijdeniscatechisatie (zie hierna). Daarin vind je een selectie van gaven om samen te kijken wat dat voor je functioneren als groep betekent. Doe maar alsof je ‘een kleine kerk’ bent. Het is een oefening om te zien hoe je met gaven kunt omgaan.

Dit zijn de stappen:

Blad 1

  1. Bespreek de gaven en vul in wat de betekenis van de gave is.
  2. Ieder geeft zichzelf een cijfer.
  3. Als er genoeg vertrouwen en openheid is, kun je dat met anderen bespreken.

Blad 2

  1. Noteer de totaalscore per gave.
  2. Bespreek wat je samen zou kunnen doen als je een kleine kerk was.

 


[1] Gemeenteopbouw 2, p. 90-91.

Reacties zijn gesloten.